Biologische bestrijding
 
Biologische gewasbescherming is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten die rond 1900 zijn ontstaan. Door de opkomst van synthetische bestrijdings-middelen was er al voor 1940 nauwelijks nog belangstelling voor.

In de zeventiger jaren veranderden de inzichten over gezondheid en milieu, waardoor biologische bestrijding weer in de belangstelling kwam.

Het lukte in Nederland om kasplagen met natuurlijke vijanden te bestrijden. Momenteel zijn er meer dan dertig soorten natuurlijke vijanden van plagen op de markt.

Men hoeft geen duur chemisch middel meer te spuiten en dat bespaart ook in arbeidskosten. Indirecte effecten zijn bijvoorbeeld het bestuiven van tomaten met hommels.

Plagen op planten

Elke plant kent zijn eigen plagen. De meeste plagen komen voor op verschillende plantensoorten. Soms zijn het echter specialisten die maar een enkele plantensoort aantasten.

In kassen worden geselecteerde rassen en vari√ęteiten van planten gekweekt. Deze zijn meestal gevoeliger voor plagen dan hun natuurlijke soortgenoten. Planten in een kas worden goed bemest en van water voorzien, ze zijn dan ook extra aantrekkelijk voor de plaaginsekten. Bovendien staan de planten in een kas in grote hoeveelheden bij elkaar.

Een insekt die de kas binnen komt heeft het maar voor het kiezen. Binnen een mum van tijd kan een plaag zich dan explosief vermeerderen. De meeste insectensoorten leven van planten. Alleen al van bladluizen zijn er zo'n 5000 soorten beschreven. En dan praten nog niet eens over witte vlieg, mijten, wolluis, dopluis, schildluis, trips, rupsen, cicaden nematoden en kakkerlakken. een kweker die daar niets aan doet houdt niet veel over.

Indentificatie van de plaag, weten welke soort je wilt bestrijden is de eerste stap. Hiervoor zijn gespecialiseerde bedrijven zoals bijv. Bio Pre.

Natuurlijk vijanden

Biologische bestrijding is het bestrijden van plagen door gebruik te maken van natuurlijke vijnden; sluipwespen, roofvijanden en ziekten.

Een sluipwesp legt een ei in een plaaginsect, uit dit ei komt een larve die het plaagdier van binnenuit leeg eet, hieruit verschijnt dan weer een nieuwe sluipwesp. Sluipwespen zijn meestal erg klein en absoluut niet in staat om een mens schade te berokkenen.

Een roofvijand, b.v. een lieveheersbeestje, zoekt een prooi en eet deze in zijn geheel op, in zijn leven consumeert een roofvijand meerdere prooien.

Ziekten van insecten, nuttige micro-organismen veroorzaken sterfte onder de plagen. Voor mensen zijn ze echter niet schadelijk.

.